Persbeeld-zomer2021-shutterstock_1663050100-def.jpg
week 4
welcome!

Six word stories

Daniëlle


Alsof we elkaar nooit zijn kwijtgeraakt. Pratend, harig beest op de boot.




Lisa


Vreesde op te vallen. Verdween daardoor.




Rutger


Mama moest huilen. Papa moest overwerken.




Annechien


Jij bent overal en ik nergens. Jij praat maar jij zegt niets. Ik luister maar ik hoor niets. Klinkt goed maar je zegt niets. Zes woorden ontdekken een hele wereld. De poes plast op de bank. mis jij mij ook in jou? Auto-immuun kan het niet meer zelf?




Valerie


En toen werd ik plotseling wakker




Jeroen


Waar jij bent is niemand meer.




Jules


Uren gewacht. Bleek de verkeerde bus.





Korte verhalen
door Aukelien Weverling
Docent-Aukelien-Weverling-400x400.jpg
 

Korte verhalen:

Plaatsbeschrijving van een puberkamer - Madelief


Het bureau lag vol met lege frisdrankflessen en omgevallen glazen. Overal slingerde vieze kleren op de grond en achter het bed lagen slecht verstopte lege bierflesjes. Het kleine grijze bankje was in de hoek geschoven. Voor de helft was deze bedenkt met kleren die wel vies waren, maar wanneer nodig prima nog eens gedragen konden worden. De andere helft was leeg en was de enige plek waar je nog een beetje fatsoenlijk kon zitten. En aan de ingezakte zitting te zien gebeurde dat ook veel. Het was half drie ’s middags en de gordijnen waren stevig dicht getrokken. Van onder de dekens kwam een vieze voetzool vandaan.




Vrijgezellig - Rutger Boots


‘Schiet in hemelsnaam nou eens op met die palmlelie, Tom!’ Het waren dagen als deze dat de vriendschap tussen huisgenoten Tom en John aan een zijden draadje hing. Over een uur zou het vrijgezellenfeestje al van start gaan, maar de normaal gesproken steriele woonkamer lag er dit keer bij als de voorraadkast van een kakkerlak. John was zich een ongeluk geschrokken toen hij de ravage aantrof na zijn slopende nachtdienst. De geur van mannenzweet, het lege krat Schültenbrau naast de tv en de verscheurde pizzadozen op de bank hadden verraden dat Tom weer eens tot 4 uur ’s nachts herhalingen van Premier League wedstrijden terug had zitten kijken.
John besloot die ochtend na een halfuurtje slaap te beginnen met het afstoffen van de trapleuning. Tom meldde zich later die dag beneden met een zak bolognese chips in zijn grijze, zweterige pyjama. John had hem direct aan het werk gezet. Wat moest hij toch aan met deze werkloze dronkenlap?
Voorovergebogen en met een aanwezige zweetplek op zijn rug duwde Tom de palmlelie vanuit de tuin de woonkamer in. John keek verbijsterd toe hoe die zoutzak de keramische bloemenpot over de eikenhouten vloer liet slijten.
‘Kijk toch uit voor de vloer, joh. En was je handen de volgende keer, je vette vingers zijn een aanslag op de Zuid-Italiaanse esthetiek van de pot’, vervolgde John.
Tom slaakte een diepe zucht en stopte met duwen om weer op adem te komen. ‘Relax gast, het zijn maar planten. Je stelt je weer eens aan’, zei hij.
Voordat Tom de kans kreeg om ook maar iets te doen, onderbrak John zijn poetswerkje in de keuken en stormde hij naar de plant toe.
‘Hoe vaak moet ik het nog zeggen? Dit is een Colombiaanse Yucca Elephantipes, de meest exclusieve vetplant van Zuid-Amerika, en gekweekt door de beste koffieplantage uit de omgeving. Hij is zelfs in de originele aarde getransporteerd.’
Tom rolde met zijn ogen.
‘Wat maakt het uit, man. Het is een vrijgezellenfeest. Naaien en weer door.’
‘En dat gebeurt in dit huis alleen onder de beste omstandigheden. Het wordt hoog tijd dat jij standaarden krijgt. Kijk hoe je eruit ziet, gek’.
Tom wreef snel over de tomatenvlek op zijn slonzige Hard Rock Café trui.
‘Wat is er mis mee?’ mompelde hij in zichzelf, terwijl John hem zijn poetsdoekje toegooide.
Het laatste uur schoot voorbij, en luttele minuten voor het begin van het feest was het huis om door een ringetje te halen. De keuken blonk als nooit tevoren en van Toms ravage in de woonkamer was niks meer te zien. Terwijl John nog een derde keer de wc onder handen nam met gedestilleerd water en zijn exclusieve zeep, haalde Tom papieren en mappen van tafel om de indruk te wekken dat hij het afgelopen uur daadwerkelijk iets had bijgedragen.
‘Heb je trouwens wel alles gedaan wat ik je vroeg gisteren?’, riep John vanuit de badkamer. ‘Wat zeur je nou, tuurlijk heb ik dat gedaan.’
‘Je weet dat ik je niet heb kunnen controleren door mijn nachtdienst. En ik weet nog precies hoe het de vorige keer ging toen ik je een feest liet organiseren. Ik kan nog beter de kat van de overbuurvrouw om hulp vragen.’
‘Hier, dit is nou het probleem met jou. Je vertrouwt me niks toe en je denkt dat ik niks kan omdat ik niet zo’n suffe kantoorbaan als jou heb en –‘
Toen werd Toms aandacht getrokken door twee gebundelde stapeltjes gekleurd papier die uit de berg van documenten naar boven kwamen drijven. Nieuwsgierig pakte hij een van de bundeltjes op, en begon hij met zijn duim door de glanzende papiertjes heen te bladeren. Hoewel ze allemaal beschikten over lijntjes en witregels, waren ze nog onbeschreven. Vervolgens merkte hij op dat er een envelop onder het tweede bundeltje lag. Hij pakte de bundel op, en er lagen nog meer enveloppen verscholen, misschien wel 15. Deze waren wel al beschreven, overduidelijk in het schreefloze handschrift van John: ‘Voor Laura’, ‘Voor Sophie’, ‘Voor Thijn’, ‘Voor Sabrina’, ‘Voor Eva’, ‘Voor Gabriella’.




Thunder shock - Madelief


‘Pap, kun je me naar school brengen?’ Louise keek lichtelijk wanhopig omhoog naar de donkere lucht. De regen gutste op de glazen overkapping van aanbouwing. ‘Van een beetje water ga je heus niet dood.’ ‘Een beetje water?’ piepte Louise. ‘Dan trek je een regenpak aan.’ zei haar vader met zijn neus in de krant gestoken. Normaal fietste ze altijd door de regen naar school. Een droge spijkerbroek lag klaar in haar kluis. Maar vandaag wilde ze droog op school komen met haar dat goed zat. Gister was er een nieuw meisje, Marie, bij haar in klas gekomen. En tot de verbazing van de hele klas was ze naast Louise gaan zitten. Het nieuwe meisje was ook in de pauze bij haar gebleven. Louise wilde graag dat het nieuwe meisje haar mooi zou vinden. Maar het weer leek andere plannen te hebben vandaag. Ze keek naar het refresh icoontje in de Buienradar app. Nog steeds een grote blauwe piek tussen half negen en negen uur. ‘Wat ben je kleurrijk vandaag.’ klonk het vanachter de krant. ‘Is daar iets mis mee?’ ‘Nee, nee, valt op… Doe je je best voor iemand?’ Hij grinnikte. Louise zei niks, maar voelde haar wangen gloeien. Ze deed alsof ze zich verslikte in een slok melk. De lucht was nu paars. Louise zette haar in een plastic tas ingepakte rugzak op het rekje achterop haar fiets. Alleen al in het korte stukje van de voordeur naar het fietsenschuurtje was haar broek aan haar benen gaan kleven. Toen haar vaders Volvo de straat uit reed, klonk in de verte de eerste donderslag. De hoek om fietsend merkte ze dat haar knot begon te hangen en dat haarkrullen los uit het elastiek hingen. Voorover gebogen over haar stuur stond ze op de pedalen. Ogen nauwelijks geopend tegen de striemende regenslagen op haar gezicht sloeg ze af naar de grote weg. En toen. SPLASH! Tot op haar bh doorweekt en onder de viezigheid stopte ze voor het stoplicht. Een grote landrover reed langs. Een vader en twee jonge kinderen keken verontschuldigend door het zijraam. Toen ze het schoolplein op fietste wist ze niet of de mascara was uitgelopen door de regen of haar tranen. ‘Kom op nou. Kom naar buiten’. Sammie stond buiten de meisjes wc op de deur te rammen. ‘Ga. Weg.’ ‘Ik ga niet weg zolang jij moet huilen’ zei hij stellig. Louise moest een beetje lachen. Sammie was jaren haar beste vriend en zou voor haar door het vuur zijn gegaan. Als hij niet eerst over zijn eigen voeten was gestruikeld. ‘Kom nou!’ ‘Nee’. ‘Ik heb je gezien en je ziet er echt niet zo erg uit hoor! En als ze alleen naar de buitenkant kijkt… Leuke kleurtjes trouwens’. ‘Hou je kop’. Er klonken voetstappen in de halletje buiten de meisjes wc. In een poging zichzelf te fatsoeneren bond Louise haar haren weer bijeen in een knot . ‘Hoi Sammie, heb je Louise gezien?’ Het was Marie. Louise rende van de deur van de meisjes wc het achterste wc-hokje in en sloot zichzelf op. ‘Ja, ze is hier. Maar ze wilt niet naar buiten komen.’ kwam het van achter de deur. ‘Oh’. De deur naar de meisjes wc ging open. ‘Hallo?’ Voetstappen. Twee zwarte laarsjes waren van onder de wc hokjesdeur te zien. ‘Louise, ben je daar?’. Louise draaide langzaam het slot om en deed deur open. Ze stonden tegenover elkaar. Louise voelde hoe water uit haar knot op haar rug drupte. Even was het stil. ‘Ik heb wel een handdoek voor je’. ‘Dankje.’ zei Louise tegen haar schoenen. Ze keek op en zag dat Marie een AC/DC shirt aan had. Net als Louise die gister had gedragen.




Tikkende tijdbom - Daniëlle


Tikkende tijdbom 20:30. Ik sta voor de voordeur en draai een lok om mijn vingers. Het is mijn eerste familiebezoek sinds maanden en überhaupt de eerste keer dat ik weer mensen om mij heen ga hebben. Mensen die weten wat er 7 maanden geleden is gebeurd. Mijn huis was veranderd in een vlammenzee na een poging om met een fles whisky achter de kiezen te koken. Ik was in extase en lag glunderend te kijken naar de vlammenzee. De vlammen zo vol van kleur. Zo snel. Uren later werd ik wakker in het ziekenhuis. Die ochtend besefte ik dat er iets moest veranderen. Die middag heb ik de afkickkliniek gebeld. En nu sta ik hier, voor het ouderlijk huis. Ik neem mijn dagelijkse dosis Revia in, wat ervoor zorgt dat ik minder behoefte heb aan alcohol. Ik druk op de bel. 20:35. Mijn vinger tikt op de melodie van Acda & De Munnik Lopen tot de zon komt tegen mijn glas water. De familie zit in een kring voor de televisie. Ik zit er net. Tussen mijn tante en oma in. Mijn zwager dipt een blokje jonge kaas in de mosterd en mijn tante kletst voor mij langs met mijn oma over de laatste roddel over het koningshuis. De nichtjes en neefjes zitten aan de eettafel. Druk met potloden en stiften in de weer. Een grote bak chips op de tafel. 20:37. We zijn twee minuten verder. Twee minuten en 4 seconden. Twee minuten en.. “Dus Lot, je zal wel blij zijn om weer lekker te kunnen genieten of niet? Je was zo afwezig altijd als we hier gezellig met de familie zaten.” Ik probeer mijn gezicht in de plooi te houden. Je bent er nog geen 10 minuten. Hou vol. Ik zet mijn gemaakte glimlach op en kijk naar mijn tante. “Ja heerlijk hoor. Genieten ten top is dit.” Ik probeer mijn blik af te wenden en kijk weer op mijn horloge. 20:39. Wat had ik verwacht? Iedereen in de kliniek waarschuwt ervoor. Het eerste etentje of feestje is het moeilijkst. “Een verslaving is niet iets wat je van je afschudt Lotte. Het is een chronische ziekte.” De stem van de therapeut schiet door mij heen. We hebben dit getraind. Doen alsof je weer ergens naartoe gaat. Inbeelden wat je dan denkt en voelt. Het is een wereld van verschil nu ik hier echt ben. 20:40. De walm van jenever die oom Ben drinkt vliegt voorbij. Het is een frisse, maar scherpe geur. Ik denk aan de houterige smaak van mijn favoriete jenever. Van vroeger. Jenever was zeker niet mijn favoriete drankje. Zo’n beetje alles was ‘mijn favoriete drankje’. Behalve cognac. Dat ging er bij mij echt niet in. Oke. Denk aan die vakantie in Italië die je nog graag wil doen. Jij staat boven alle triggers. Ik sta op en loop naar buiten. Ik snuif de buitenlucht op en sluit mijn ogen. Zelfs hier hoor ik het getetter van mijn moeder. Hoe trots ze op mij is dat ik ben gegaan. Dat ik wilde veranderen. Nonsens. Geen één keer is ze langs geweest. Alsof ze het aanvoelt, komt mijn moeder naast mij staan. We zeggen niks tegen elkaar en kijken elkaar niet aan. Ik loop naar binnen, pak mijn tas en verlaat de ruimte. Ik ben er nog niet klaar voor.




De officiersvrouw en de vogelaar - Annechien


Ieder jaar gingen Martha en Pascal in oktober met vakantie. Vogels kijken en cranberries plukken op Terschelling, zoals haar ouders dat ook altijd gedaan hadden.
Martha parkeerde de auto voor het huis.
‘We zijn er’.
Pascal hoorde Martha niet, maar keek door de voorruit naar de eiken en berken die om het huis stonden. Pascal kon bepaalde dingen heel goed niet horen.
Martha’s grootvader was officier geweest, haar overgrootvader generaal en haar vader had in zijn studeerkamer voor vrede gevochten. Met een pen. De regelmaat van de klok was er met paplepels tegelijk ingegoten, tijd stroomde door de aderen van Martha. Martha’s bloedsomloop verdeelde de dag in compartimenten waar haar to-do list naadloos in paste.
Martha deed de achterklep open en begon met uitladen. Ze zeulde de oude Samsonite naar de voordeur, hield met twee handen het hengsel vast en deed de deur open. Ze keek rond.
Prima huisje. Links twee banken, rechts een kast en de eettafel met plastic tafelkleed. Ze zette de koffer neer en liep terug naar de auto.
Zou Pascal er nog in zitten?
Pascal was al uitgestapt maar stond door zijn verrekijker naar een boom te turen, versteend zoals alleen vogelaars dat kunnen. Twee Turkse tortels zaten hoog op een tak van een wilg. Het lichte bruin stak af tegen het zeegroen van de blaadjes.
‘Pascal, kom je nou? We moeten nog snel de fietsen huren en boodschappen doen voor de winkel dichtgaat’.
Ze trok de rugzak vol regenjassen, regenbroeken en kaplaarzen uit de achterbak. De jassen en broeken hing ze in één moeite door aan de kapstok, laarzen bij de deur. Ze liep het huis verder in, door de kleine zitkamer naar achteren. Ze deed een deur open. Slaapkamer. Prima. De deur ernaast. Badkamer. Ze liep terug en sjouwde de koffer de slaapkamer in. Ze schoof de bedden uit elkaar, haalde het tafelkleed en de lakens uit de koffer en maakte de bedden op. Gelukkig. Nachtlampjes. Ze legde haar boek op het nachtkastje en haar toilettas in de badkamer op het gammele badkamermeubel. Ze liep weer naar binnen met het tafelkleed onder haar arm, trok het plastic tafelkleed met de eeuwige meeuwen- en vuurtorenprint kordaat van tafel, vouwde het op en legde het weg in de kast. Ze spreidde haar rood-wit geruite tafelkleed symmetrisch over de eettafel.
Zo. Alles was klaar voor de vakantie.
Ze liep naar buiten.
‘Pas, kom nou, we moeten nog zoveel doen.’
Pascal liet langzaam zijn verrekijker zakken en pakte zijn tas met boeken uit de auto.
‘Moet ik nog wat binnenbrengen?’
‘Nee, alles staat nu al binnen’.
De fietsenman was nog open en op twee identieke Batavussen reden zij naar de Spar. Martha trapte stevig door.
Zou de winkel nog open zijn?
Ze keek om.
God wat vervelend.
Buiten adem kwam ze teruggefietst.
‘Kom nou Pascal, de Spar gaat zo dicht’.
‘Martha, waar is je kijker, er zit een kievit in dat weiland, ik hoorde z’n vleugels, weet je nog hoe die zingt?’
‘Jezus Pascal, kom nou toch gewoon’. Pascal haalde diep adem, liet zijn verrekijker zakken en stapte weer op. Samen fietsten zij verder. Links de weilanden met het blauw van de lucht en het groen van de dijk als twee blokken op elkaar gestapeld. Twee werelden die naar elkaar toe bewogen maar niet in elkaar over konden gaan. Dat het groen iets blauwer zou worden en het blauw iets geler.
Achter Martha aan stapte Pascal de Spar binnen. Martha legde de pasta, de groente en de melk snel in de winkelkar. Ze duwde hem geroutineerd om de stellingskasten heen en ontweek behendig het tafeltje met toeristendingen in het midden van het gangpad.
Nog een pakje Droste flikken en een zeepje.
Pascal legde een pot zure haring en een tube mayonaise in de kar.
‘Moet dat nou Pas?’
Nou ja, dacht Martha, hij ook z’n vakantie.




Flitsverhaal - Jules


Tijdens het fietsen kom ik erachter dat mijn band lek is. Als ik mijn moeder wil bellen om te zeggen dat ik later ben, krijg ik slechts het symbool voor een lege batterij in beeld. Dat ook nog.
Het is een koude dag en de hemel is bedekt met donkere wolken. Ondanks dit weer zijn er veel mensen op straat. Als ik een man voorbij zie komen roep ik enthousiast ‘’meneer, pardon, meneer.’’ Maar de man negeert me volledig en loopt door alsof ik niet besta. Teleurgesteld laat ik mijn schouders hangen. Lul.
Ik besluit het nog een keer te proberen, anders ga ik lopend naar huis.
‘’Mevrouw, mag ik u wat vragen?’’ Zeg ik op mijn meest beleefde toon.
‘’Ja natuurlijk,’’ zegt de vrouw met een glimlach.
‘’Mijn band is lek en ik wil mijn moeder bellen om te zeggen dat ik later. Mijn telefoon is helaas leeg, zou ik misschien de uwe mogen lenen?’’ Zij is de eerste persoon die voor mij stopte en naar me luistert. Voor even voel ik de hoop weer terugkeren.
‘’Mijn telefoon lenen? Ik ken die trucjes wel. Dan pak je mijn telefoon en ren je er mee weg. Dacht het niet.’’ Voordat ik er iets tegenin kan brengen is de vrouw alweer doorgelopen.
Verslagen loop ik naar huis. Het is ook nog gaan regenen, maar dat maakt me niks meer uit. Dat kan er ook nog wel bij. Als ik eindelijk thuis ben is het twee uur later, ben ik nat en koud.
‘’Waar was je nou?’’ Zegt mijn moeder.
‘’Mijn band was lek en toen moest ik lopen.’’ ‘’Dan bel je toch even!’’
‘’Ja, maar…’’
‘’Geen ge-maar. Altijd hetzelfde verhaal met jou. Je denkt nooit aan mij en bent alleen maar met jezelf bezig!’




Personage - Jules


Ik ren van mijn strandwacht stoel naar de zee waar een man dreigt te verdrinken. Het zand voelt heet onder mijn voeten en de wind waait mijn haren in de war. Achter me hoor ik mijn collega, Tristan, aan komen joggen op een rustig tempo.
‘’We moeten die uitzwemmer nu uit het water halen, want straks heeft hij geen energie meer om terug te zwemmen.’’
‘’Goh, zou je denken?’’ Antwoord Tristan.
‘’Ja, inderdaad. Dat denk ik.’ Waarom maakt hij nu grappen? ‘Hoe brengen we hem in veiligheid?’’ Zeg ik terwijl ik Tristan aankijk. Hij haalt een hand door zijn lange, bruine haar en bijt licht op zijn onderlip.
‘’We moeten met de boot. Naar hem toe zwemmen is te ver.’’ Zegt Tristan.
‘’Als we de reddingsboot halen zijn we zeker twintig minuten verder en dan…’’ Ik durf mijn zin niet af te maken en slik de woorden weg.
‘’Dan is hij dood.’’
‘’Verzoek de goden niet Tristan.’’ Even is het stil en turen we over het water.
‘’We moeten wel met de boot, anders verdrinken we zelf en dan heeft hij helemaal niks meer aan ons.’’
‘’We redden het wel, daar zijn we toch voor getraind.’’
‘’Ik ga mijn leven niet op het spel zetten als we ook de boot kunnen gebruiken.’’
Mijn ogen worden groot en ik kijk hem met ongeloof aan. Ik voel de spanning in mijn spieren, maar zijn gezichtsuitdrukking is nog even rustig als voorheen. De man in het water begint minder wild met zijn armen te zwaaien en dreigt nu echt kopje onder te gaan. Ik tap onrustig met mijn voet in het zand.
‘’Ik zwem zelf wel naar hem toe en als je dan perse met de boot wilt, dan vaar je maar achter me aan.’’
In mijn hoofd ben ik al bezig met de details van de redding. De uitzwemmer is zeker vijftien meter van de kust verwijderd. Met de Australische vervoersgreep kan het water uit zijn luchtpijp ontsnappen, hij moet dus liggend de zee uit worden gehaald. Ik wend me af om naar de drenkeling te gaan, maar kan hem nergens meer vinden in het water. Ik kijk van links naar rechts en weer terug, maar zie slechts het eeuwige blauw van de zee dat zich uitstrekt over de gehele horizon. Het enige geluid komt nu nog van de golven die stukslaan op de branding en het schrille geroep van meeuwen.





Actorless films
by Álvaro Congosto Martinez
Docent-Alvaro-Congosto-400x400.jpg
 
Het portret als landschap
door Marjan Verkerk
Docent-Marjan-Verkerk-400x400.jpg
 
Theatersport
door Michiel Rampaart
Docent-Michiel-Rampaart-20-400x400.jpg
 
Greep uit het werk van de cursisten:
Film & found footage
door Marieke Rodenburg
Docent-Marieke-Rodenburg-400x400.jpg
 
Ceramics
by Vika Mitrichenko
Docent-Vika-Mitrichenko-400x400.jpg