Solozang gevorderden
Door Mirjam van Dam
 
Creatief schrijven
door Ellen Stoop
Docent-Ellen-Stoop-foto-Chris-van-Houts-400x400.jpg
 

Verhalen

Jurk - Wies


Getroffen door het ontwerp en de kleurencombinatie. Een gladde rechte jurk, een kwart crème (bovenstuk) en driekwart zwart. Katoen, niet geheel nauwsluitend, lengte tot net over de knie, korte mouwen en een ceintuur van dezelfde stof in beide kleuren. Kortom: een klassiek elegante creatie van een niet geheel onbekende ontwerper. Een jurk, zo mooi om naar te kijken. Een jurk die vroeg om hakken, die ik er natuurlijk ook bij kocht. Ik heb de jurk een keer gedragen. Naar de verjaardag van mijn oom. En daar heb ik alles behalve mooie herinneringen aan. Op weg naar het feest werd ik opeens moddervet en de eens zo elegante creatie transformeerde tot een hobbezak. Om van de schoenen maar niet te spreken. Kennelijk was dat mijn oom niet ontgaan. “Gaat het wel goed met je” vroeg hij bezorgd. “Je loopt zo raar.”




Dag - Wies


ikke groet de dag

dààg, dag dààg nieuwe dag
dààg alarm
pets
uit
dààg tuin met al je onkruid
dààg cracker waarom kraak je zo?
dààg moeten waarom loop je mij zo voor de voeten?
hai zonnestraal je bent er weer
dag dag dag nieuwe dag
alles mag




Hommel voorval - Sterre


Ik maak nooit iets mee, maar vorig jaar op de heetste dag van het jaar wel. Want toen ontmoette ik een hommel. Ze landde op een van mijn licht roze gekleurde terrasstenen en zat daar eerst een tijdje in volledige stilstand. Ik benaderde haar voorzichtig. Toch een beetje die angst voelend voor een potentieel naderende steek. Eenmaal gehurkt naast haar zag ik haar pluizige haartjes meedeinen met het zomerse briesje. Haar fragiele vleugels met een simpel maar toch ook verfraaid patroon lagen stil op haar zwart met gele lijfje. Maar waarom was haar linker achterpoot zo raar naar beneden gedraaid? Met een takje waarvan de nerven als aders door de bladeren en steel liepen heb ik haar op een blad van een uitgebloeide esdoorn gelegd. Toen ze nog niet uit haarzelf in beweging kwam, heb ik suikerwater gemaakt door een half theelepeltje suiker met wat lauw water te mengen. Millimeter voor millimeter bracht ik de lepel naar haar toe terwijl het suikerwater langs mijn vingers begon te stromen en ze lieten plakken als stroop. De haren uit mijn gezicht strijkend proefde ik de zoetigheid op mijn lippen die eerst enigszins zout waren door het zweet van de warme zomerdag. En nog steeds wilde de hommel niet drinken. Misschien wat nectar proberen dan. Voorzichtig plukte ik de binnenkant van een sterk geurende bloem leeg en legde het naast haar. Als vanzelf begonnen het suikerwater en de nectar zich te mengen tot een voedzaam uitziend mengseltje. Ondertussen begon de knorrende kat op een meter afstand het geheel wel erg interessant te vinden. In mijn ooghoek zag ik de hommel langzaam wegglijden over het blad, niet genoeg kracht hebbend om overeind te blijven. Ik til het blad voorzichtig op, ik kan je niet zomaar laten vallen. Ik vermoed dat je laatste rustplek in mijn lavendel struikje zal zijn. En nu nog even een gedicht. Het is van F. Starik en ik heb het gekozen omdat ik het einde aan jou zou willen gunnen: vlieg maar weg hommel, zo de zomer in.
HOMMEL
Als je dood gaat moet je van de hele wereld afscheid nemen en de wereld neemt afscheid van jou, nu ja, er zijn maar weinig mensen op aarde die iedereen kent en ook zonder hen zal de wereld gewoon doordraaien met 1 mensje minder erop
het is vaker vertoond – iedereen kan het en zal sterven. Vanmiddag kwam er een late hommel mijn kamer ingevlogen aangetrokken door zo’n bos bloemen die heel veel rommel geeft en dan niet meer weten hoe
je eenmaal volgezogen zwaar van nectar weer naar buiten schommelt en terwijl ik dit schrijf ben je plotseling weg, is het je gelukt onopgemerkt terug in de wereld te verdwijnen
of ben je achter een gordijn gestorven, lig je op een vensterbank nog weken weg te kwijnen maar dat geeft niet in het gedicht loop je goed af.





Artist sketchbook
by Bas Coenegracht
 
Klassiek en moderne dans
door Cleo Kwaaitaal
Docent-Cleo-Kwaaitaal-400x400.jpg
 

Verhalen

Vamos - Lisa


‘Vamos, Alba. Het is je laatste weekend. Ik weet dat je hier bent gekomen om onze taal te bestuderen, maar dit is ook onderdeel van onze cultuur.’ Arlo geeft het stuur nonchalant een tik met zijn linkerhand. Het diepdonkere water waar de rivier haar naam aan te danken heeft, Rio Negro, lijkt vandaag woester dan normaal. Drie maanden geleden was Alba aangekomen in Manaus, de metropool in het hart van het Braziliaanse Amazonegebied. Elke dag vertrokken er honderden schepen vanuit de handelsstad, groot geworden door de rijke rubberindustrie. Terwijl ze daar door het centrum wandelde, langs de gigantische witte Mormoonse kerk met op het plein ernaast een McDonalds – ze had er in totaal tien in de stad geteld - leek het regenwoud en de wereld van de inheemse bevolking nog ver weg. Inmiddels zat ze er middenin. In het Portugees had ze een connectie weten te maken met de jongste generatie van het Baniwa volk. Ze was gekomen om haar PhD onderzoek uit te voeren naar hun moedertaal, Nheengatú.

Eenmaal de bocht om, strekt de brede rivier zich voor hen uit. Aan beide zijden is het groen. De rubberbomen zijn bedekt met mos en lianen. ‘Nós estamos aqui’, Arlo meert af en Alba doet nog snel een schietgebedje. Natuurlijk had ze er al wel eerder van gehoord, ze heeft zelfs een vriend die weleens aan een Ayahuasca ceremonie heeft deelgenomen in een bungalowpark in Drenthe. Wereldschokkende inzichten, had hij er aan overgehouden. Het had gevoeld alsof hij letterlijk opnieuw geboren werd, met alle vrije ontlasting die daar blijkbaar bij hoort. Purgen heet dat. Daarna was hij ook nog gestorven, of ten minste, zo had hij de tien uur durende blackout zelf ervaren. Alba vond het weinig uitnodigend, maar Arlo heeft haar overgehaald – er kon echt niets gebeuren.

In de jungle worden ze opgewacht door de Sjamaan. Na een drie uur durend ritueel is ze blij als de bruine drank eindelijk door haar keel glijdt. Arlo kijkt haar aan en stelt een vraag die ze niet verstaat, waarschijnlijk een variant op ‘en, voel je al iets?’ in het Nheengatú. Na een half uur begint ze zwaarder adem te halen. De lianen lijken zich om haar lichaam heen te wikkelen. Alba doet haar ogen dicht, ze begint misselijk te worden. Haar gedachten schieten alle kanten op en voor ze het weet wordt ze opgetild. Een stem in haar spreekt luid en duidelijk: ‘Alba, zoek niet langer. Dit is waar je moet zijn. Aqui está você em casa!’. Ze voelt dat ze leegloopt, alles om haar heen is nat. Ze zoekt Arlo en vindt hem in de vorm van een baby. De baby kijkt haar aan en Alba kijkt terug: recht in haar eigen ogen. De baby heeft haar ogen. Een wereldschokkend inzicht, zo zal ze later navertellen terwijl ze haar familie in Nederland een foto laat zien van hun pasgeboren zoontje.




Ware verhalen 2.1 - Lisa


‘Alsjeblieft, jij kunt het betalen. Lijkt het je dan niet verschrikkelijk als zo’n Wybren van Haga-geval het koopt? Of dat ballerige gedrocht dat zichzelf een prins noemt!’
De kranten stonden er weer vol van. Huisjesmelkers die panden opkopen om ze vanbinnen af te breken, opnieuw op te bouwen en vervolgens voor exorbitante prijzen aan rijke expatfamilies te verhuren. Dit huis was de enige plek die er nog was uit onze jeugd. Het laatste restant van het leven dat we als één gezin hadden.
‘Goed,’ zei ik tegen mijn zus, ‘ik ga wel even kijken. Maar pin me er niet op vast.’

Toen mijn vriendin de auto parkeerde, viel mij als eerst de lege tuin van onze oude buurman op. Meneer Stikkolorum was een verzamelaar, maar van zijn merkwaardige fascinatie voor lantaarnpalen was nu gelukkig niets meer te zien. Privé-eigendommen in de publieke ruimte stallen is verboden, dat zou andersom ook zo moeten zijn.
Eenmaal binnen zag het er kaal en schoon uit. De geur van bleekmiddel drong zich aan ons op. Ik zag voor me hoe de oude bewoners nog een keer terug waren gegaan naar het huis om afscheid te nemen en dat de man toen moest poepen. Zijn vrouw verbood hem om naar de wc te gaan, dus heeft hij achteraf hard staan schrobben.

Denk niet bij het laatste vel, de volgende die redt zich wel. Het toilet was altijd al de meest treurige plek van het huis geweest. Bruin verkleurde tegeltjes met spreuken erop waren vervangen door een behang van nepmarmer. We lopen door naar de achtertuin. Hier had ik zoveel uren doorgebracht in mijn Ajaxshirt, met een voetbal aan een elastiek vastgeknoopt aan mijn been deed ik een laffe poging tot hooghouden in de hoop mij ooit bij de grote legendes van het voetbal aan te mogen sluiten: het was de tijd van Cocu, De Boer en Edgar Davids. Ook hing er vroeger een dartboard. One-honderd-and-eiiiighty! Mijn vader keek graag sport met een glas bier in zijn hand. Bij ons was het altijd zondagavond, ook op dinsdagmorgen.

In het midden van de tuin was nu een vijver aangelegd. Keurig aangeharkt gras, een betonnen schuurtje waar ooit het duivenhok had gestaan. ‘Dus daar stond jij vroeger in het weekend stront te scheppen?’ vroeg mijn vriendin. ‘Leuk’, vervolgt ze, ‘misschien kunnen we er een yogastudio van maken.’




De wurgliaan - Robin


Dag in, dag uit moest Thomas haar gezeik aanhoren. Hij was niet romantisch genoeg, werkte te veel en liet de wc-bril altijd omhoog staan. Nooit was hij eens goed genoeg zoals hij was. Toch had hij samen met Annelies een grote reis geboekt om hun 30-jarig huwelijk te ‘vieren’, want zo hoort dat als je al zo lang getrouwd bent. In het vliegtuig naar Brazilië had Thomas gelezen over de wurgliaan, een plant die in het regenwoud veel voorkomt. De wurgliaan omwikkelt de stam van een gastheerboom volledig en verstikt hem uiteindelijk. Dat gaat niet van de een op de andere dag, maar hier doet de wurgliaan tientallen jaren over. Thomas had een vergelijking tussen de plant en Annelies niet kunnen onderdrukken.

Na de knallende ruzie van gistermiddag had Thomas helemaal niet op deze excursie willen gaan, maar Annelies had hem met een strenge blik aangekeken. ‘Deze excursie kostte 200 euro, dus nu moeten we ervan genieten ook, Thomas!’

Eenmaal aangekomen in de jungle deed Thomas een poging om er het beste van te maken. Hij spotte een groepje prachtige bromelia’s en pakte het fototoestel uit zijn tas. Hij richtte het toestel op de bloemen en zag niks. ‘Hahaha, wat een giller! Je moet het dopje wel van de lens af halen schat!’ kwaakte Annelies. ‘Godverdomme, Annelies, doe even rustig! Natuurlijk had ik allang door dat die dop eraf moet!’ brulde Thomas. Met het schaamrood op zijn kaken stormde hij het pad af, weg van de groep. ‘Thomas, niet weggaan! Blijf nou hier, het is levensgevaarlijk om in je eentje de jungle in te gaan!’ gilde Annelies hem nog na. Maar de maat was vol. Thomas werd nog liever gebeten door een giftige spin of opgevroten door een jaguar dan dat hij nog één dag langer samen bleef met dat takkewijf.

Hij was al snel van het gebaande pad afgeweken en liep nu in een richting waarvan hij dacht dat het het oosten was. ‘Het bladerdak is hier zo dik dat als het begint met regenen, het wel 10 minuten duurt voordat de eerste druppels de grond raken’ had de reisleidster verteld. Thomas voelde de dikke, warme druppels nu al zo’n kwartier, dus dat moest betekenen dat hij een goeie 25 minuten onderweg was. Onderweg was… waar naartoe? Tot zo ver strekte zijn plan nog niet. Misschien kon Thomas aan de stand van de zon bepalen waar het westen was en zo zijn weg terug naar de groep vinden. Maar het hilp niet mee dat het door die verdomde dichte begroeiing bijna donker was op Thomas’ route. Met iedere stap drong de paniek zich verder aan hem op. Wat had hij in hemelsnaam gedaan? Hij schrok van een schril gekrijs vanuit de bomen boven hem. Dit was het dan, er zou een vleesetende aap bovenop hem springen en hem te grazen nemen. Hij deed zijn ogen alvast dicht en zette zich schrap.

Plots voelde Thomas een hand op zijn schouder. Zijn longen krompen ineen van schrik. Hij draaide zich om en daar stond ze. ‘Thomas, lieverd! We dachten dat we je kwijt waren!’ en de wurgliaan spreidde haar armen om hem stevig te omhelzen.




De przewalsky paarden - Naomi


Voel jij je down, opgebrand, niet in staat om aan de verwachtingen van het leven te voldoen? Ben je je baan kwijt, een geliefde verloren? Heb je het gevoel dat je geleefd wordt? Dat jouw mening, jouw unieke stem, er niet toe doet? Voel je je eenzaam? En weet je niet hoe je dit alles kunt veranderen? Lees dan vooral verder!

Ik ben Maarten Terwij, motivational coach en heb een unieke approach op dit probleem bedacht. Een kleinschalige groepsreis (maximaal 4 mensen plus een gids en natuurlijk ikzelf) door de Gobi woestijn.

Ik hoor je denken, de gobi woestijn? Waarom? Omdat het prachtig, ruig en weids is. In de stilte, de verlatenheid, het overweldigende landschap met zijn vele rotsen en zandduinen ontstaat er ruimte om na te denken, te reflecteren en vooruit te kijken.

Een speciale rol is weggelegd voor het przewalskipaard. Een in het wild bijna uitgestorven dier, dat voornamelijk voorkomt in de Gobi woestijn. We gaan over dit dier lezen, we gaan dit dier zoeken en vervolgens observeren. Van een dier zo sterk als het przewalskipaard kan je ontzettend veel leren over kracht en doorzettingsvermogen.

Dit is geen zelfhulpboek dat je weg kan leggen. Dit is ruig, echt, puur. Dit ga je voelen. Ik garandeer dat je als een nieuw mens terugkomt. Dus schrijf je snel in!

“Welkom in de Gobi woestijn.” Zegt Maarten terwijl hij zijn armen wijd spreidt. Zijn tanden zijn een stuk minder wit als op de foto. De zon brandt op mijn huid. Ik voel dat ik, ondanks het smeren met factor 30, onwijs ga verbranden. Na de zoveelste ruzie met Karin was de maat vol geweest. Ze snapte dat ik verdriet had over het verliezen van mijn baan. Het is niet leuk om wegbezuinigd te worden als je na jaren tevergeefs solliciteren eindelijk aan de slag mag, maar we waren intussen anderhalf jaar verder. En zo zei ze: “Als ik je nog een keer aantref in je unicorn onesie op de bank aan de zoveelste masterchef herhalingen zet ik er een punt achter.” Ze was er helemaal klaar mee. Ze vond dat ik mezelf aan moest pakken. Mezelf een schop onder de kont moest geven.

“Wat wil je dan dat ik doe?” had ik uitgeroepen.

“Iets, alles is beter dan dit” had ze gesnauwd.

Mijn shirt plakt aan mijn rug. Alles om me heen ziet er hetzelfde uit. Zover als ik kan kijken alleen maar zand en zo nu en dan een rots. Om depressief van te worden, als je het voor deze reis nog niet was. Laat die przewalskipaarden het alsjeblieft de moeite waard maken.

Ik heb nog geprobeerd Karin te bellen. Tevergeefs. Ze wil vast wel met mij praten als ik mijn leven weer op orde heb. Ik moet een baan zoeken, mijn verantwoordelijkheden nemen. Deze reis gaat daarin de eerste stap zijn. Karin gaat weer van mij houden. We gaan nog gelukkiger worden dan we ooit waren. Alles gaat goed komen.




De aanleg van de Bosbaan - Robin


Met zijn laatste krachten stak Jacob zijn schep nog eens in de grond. Hij lanceerde het zand omhoog. Hij keek niet of het zand in zijn kruiwagen terecht kwam, hij geloofde van wel. Hij was er klaar mee. Zijn rug knakte pijnlijk toen hij zich uitstrekte, gewrichten versleten van al zijn harde werk. Het begon al te schemeren en over de lucht boven de Bosbaan presenteerde zich een wolkendek dat hem deed denken aan de bloemkool die thuis op hem zou staan wachten. Mina zou de tafel ondertussen wel gedekt hebben, netjes zoals ze dat iedere dag voor hem deed. De zon scheen prachtige kleuren oranje, geel en roze op de bloemkoolwolken.
Jacob staarde afwezig over de immense lap uitgeslagen grond. Hij kon vanaf waar hij stond het einde van de rechthoekige krater niet eens zien. Met zijn lengte van twee kilometer lengte en breedte van zeventig meter kende Jacob inmiddels ieder hoekje en gaatje van de baan. Sinds de aanvang van de crisis was Jacob lang werkloos geweest, maar de afgelopen drie jaar was hij gedwongen om te werken om een uitkering te krijgen. ‘Je mag blij zijn dat je deel uit mag maken van het werkverschaffingsproject’, had Mina tegen hem gezegd toen hij voor het eerst was opgeroepen om te komen graven. De Nederlandse Heidemaatschappij had vanaf het begin van het Boschplan al gebruik gemaakt van gevangenen voor dwangarbeid, en nu mochten ook de normale arbeiders eraan geloven.
Met zo’n duizend man per dag waren ze dag in, dag uit in een grote stroom arbeiders vanuit de stad naar het bos getrokken. Eenmaal aangekomen verspreidden de mannen zich altijd als bijen op zoek naar hun eigen hokje in hun korf. Jacob had zich steevast bij de Bosbaan moeten melden. En nu was het dan eindelijk af. Vanaf morgen zouden ze water in het gigantische gat gaan pompen, om er daarna gelijk een roeiwedstrijd in te organiseren.
Jacob kon zich niet voorstellen dat er op deze plek van bloed, zweet en tranen ook lol gemaakt zou gaan worden. Dat er mensen zouden gaan roeien, zonnen en nieuwe vrienden zouden maken. Dat hier, op zíjn baan, jonge mensen verliefd op elkaar zouden worden en niets zouden weten van het leed dat hier plaatsgevonden had.
Tijdens Jacobs gemijmer was de zon onder gegaan. Hij legde zijn schep neer. Jacob klom via de ladder uit zijn kuil, bekeek de blaren op zijn handen en stapte op zijn fiets naar huis.





Ware verhalen
door Aukelien Weverling